Elke sport komt met een groot aantal regels en zorgen die ervoor, dat alles binnen het spel ordelijk verloopt. Ook wordt zo gelijke kansen geschapen en moet het de drempel verlagen om deel te kunnen nemen aan zo een sport. Ook bij handbal mag er dus worden gesproken over regels en is het altijd een goed idee, om er meer over te weten. Dat maakt niet alleen het beoefenen van de sport veel gemakkelijker, maar ook het volgen van een wedstrijd bijvoorbeeld. Met de spelregels eenmaal onder de knie, is het duidelijk dat het hier gaat om een sport die nogal veel dynamiek van de spelers eist.

Alles is gericht op een vlot spel

De bal mag daarom niet langer dan 3 seconden met beide handen worden vastgehouden en zal de bal daarna doorgespeeld moeten worden. Ook heeft men de mogelijkheid om maximaal 3 passen te zetten en de bal dan wel door te spelen. Dribbelen mag natuurlijk ook en kunnen er vervolgens weer   3 passen worden gezet. Naast het zo snel als mogelijk doorspelen van de bal, is het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de wijze waarop de bal naar andere spelers of het doel zal worden geworpen. Zo kunnen de armen gestrekt boven het hoofd worden gehouden en kan de bal met één of beide handen worden vastgehouden. Populair is ook het doorspelen van de bal vanaf de heupen. Dit biedt de tegenpartij niet veel tijd om te reageren, maar vereist het natuurlijk wel enige ervaring om deze “pass” feilloos plaats te laten vinden. Belangrijk om te weten: wanneer de bal maar met één hand gevangen is, mag die speler wel door middel van dribbelen de bal bij zich houden of ermee gaan lopen.

Daar wordt het door de tegenstaanders niet bepaald gemakkelijk gemaakt en mag de bal uit de handen worden getikt en met het heel lichaam worden geblokkeerd. Aanvallen van achteren is natuurlijk niet toegestaan.

De doelman is ook aan regels gebonden

Nadat men door de verdediging heen is gegaan, moet er een poging gewaagd worden om de bal in het doel te werpen. Daar staat er echter een doelman gereed en mag die binnen het doelgebied de bal op allerlei manieren stoppen, ook met behulp van de benen. Dat biedt nogal wat mogelijkheden en is het hiermee duidelijk, dat het niet zo eenvoudig is om de bal in het doel te kunnen gooien. Indien de doelman zich echter buiten het doelgebied begeeft, gelden dezelfde regels als die voor de spelers. Om erop toe te zien dat alles ordelijk verloopt, is er niet alleen een scheidsrechter aanwezig, maar ook grensrechters. Een bal dat de over de zijlijn in gaat, zal ingegooid moeten worden en gebeurd dat door een speler van het ander team, die de bal over de lijn heeft gespeeld. Ook bij het toewijzen van een hoekworp, wordt deze regel gehanteerd en is het daarom belangrijk dat alle rechters scherp moeten letten op het spel. Bij een kan een vrije worp worden toegewezen en dient de afstand wel minstens 9 meter tot de doellijn te zijn. Ook mogen er zich spelers tussen de persoon die de bal ingooit en het doel bevinden. Anders is het gesteld bij een directe worp en bedraagt de afstand hier maar 7 meter. De doelman mag de het doelgebied (de 4 meter lijn)ook niet verlaten tot de bal geworpen is.

Door deze en nog meer regels te handhaven voor het spel, worden er voor elk team gelijke kansen geschapen en blijft er sprake zijn van een dynamisch spel. De naleving van de regels is overigens altijd strikt en wordt elke overtreding meteen afgestraft.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *